De Duitse Bondskanselier wil nog deze week duidelijkheid van autobouwer General Motors over de toekomst van haar Europese afdeling Opel. Momenteel liggen er drie scenario's op tafel - een overnamebod door Magna, één door RHJ International of een doorstart met een nieuw en gesaneerd Opel. Welk scenario het ook haalt, voor Opel Antwerpen ziet de toekomst er moeilijk uit, maar niet hopeloos. Als Antwerpen voluit gaat voor de bouw van hoogtechnologische, milieuvriendelijke modellen, kan het de race voor de auto van de toekomst nog winnen.
Het onzekere lot van Opel Antwerpen geeft uiteraard voedsel aan de doemdenkers die niet geloven dat de autoindustrie in Vlaanderen nog een toekomst heeft. Het is de taak van de nieuwe Vlaamse regering om hen krachtig van antwoord te dienen. De autosector is meer dan ooit van groot economisch belang, voor Europa en voor Vlaanderen.
Het is de belangrijkste industrietak. Direct en indirect goed voor 12 miljoen jobs in de EU; van wie
Europa moet ook hierbij de leiding nemen (zoals met de klimaatwetgeving). Dat betekent vooral: keuzes maken en middelen vrijmaken om dit ook waar te maken op het terrein. De Europese Unie geeft vandaag al heel veel geld uit aan research en development. Maar die programma’s zijn veel te versnipperd. Het huidige 7de Kaderprogramma loopt nog tot 2013. Gespreid over 6 jaar vloeit er ruim 50 miljard euro naar honderden onderzoeksprojecten. We moeten nu beslissen om de budgetten voor de toekomst te concentreren op een aantal sleutelsectoren (zoals de milieuvriendelijke auto).
De vorming van de nieuwe Europese Commissie is een ideale opportuniteit om dat te forceren. Dit moet één van de beleidsprioriteiten worden van Barroso II. Het is trouwens ook een prima kans voor de uittredende Commissievoorzitter om het verwijt van mediocriteit van zich af te schudden. Geld en brains bundelen om centers of excellence op Europees niveau op te starten, met input van de beste overzeese (Indische en andere) ingenieurs.
Vlaanderen moet daarbij een voortrekkersrol spelen. We hebben heel veel knowhow in huis op het vlak van mobiliteit, automobiel en logistiek. Niet iedereen hoort het graag, maar dit zijn en blijven kernsectoren van onze economie. De New Deal waar sommigen zo graag over spreken, moet eerst en vooral een New Industrial Deal worden. Vlaanderen moet voluit geloven in de kansen van zijn hoogtechnologische industrie, ook in de autosector. Opel Antwerpen kan daartoe, hoe vreemd dat ook mag klinken, de aanzet zijn. De aanzet tot een nieuw optimisme en dynamisme, geïnspireerd door Peeters II en mee gedragen door de Umicores en de Imecs en al onze toeleveranciers in de autosector. Dit is tegelijk een Vlaamse en een Europese opdracht. Wat Europa tot dusver op tafel heeft gelegd voor de autosector, is teleurstellend, slappe koffie, een sterke Europese Commissie onwaardig. Dat kan veel beter. Peeters II moet niet aarzelen om, in alliantie met anderen, de nieuwe EU-Commissie op de huid te zitten en te dwingen om eindelijk keuzes te maken. Het is nu tijd voor een ambitieuzere aanpak.
Dat houdt ook in dat de werkgevers, de autobouwers hun defensieve stellingen verlaten en hun nek uitsteken. Dat impliceert ook dat de vakbonden fris meewerken in deze richting. Sommigen zullen dit allemaal naïef noemen. Maar het kan ook de start zijn van een vernieuwende, hoopvolle aanpak die ons mee aan de leiding houdt in de race om de auto van de toekomst.
Ivo Belet
Europarlementslid (lid van de commissie industrie en energie)