Vorige

Bologna moet socialer

      

Het centrum van Leuven is vandaag een versterkte vesting. Duizenden studenten uit heel Europa komen er hun ongenoegen uiten aan het adres van de ministers van onderwijs. 46 onderwijsexcellenties zijn in Leuven bijeen om de 10de verjaardag van de Bologna-hervorming te vieren en te bekijken waar moet worden bijgestuurd. De studenten zijn niet tegen Bologna op zich. Ze protesteren vooral tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld.

 

Bologna, dat is de BaMa structuur, de invoering van de bachelor-master opleidingen. Die kwam er nadat de Europese onderwijsministers in 1999 beslisten om een Europese onderwijsruimte te creëren, een ruimte waar studenten en docenten vrij kunnen bewegen en waar (delen van) opleidingen makkelijk in het buitenland gevolgd kunnen worden. De diploma-structuur op elkaar afstemmen dus en werken met uitwisselbare credits. Studenten met vergelijkbare diploma’s moeten over de grens, in heel Europa kunnen studeren en nadien aan het werk kunnen, dat is het hoofddoel.

 

De BaMa-hervorming is zonder twijfel een cruciale stap in de richting van een Europese onderwijsruimte. Maar Bologna is nu stilaan volwassen en meer dan rijp voor een tussentijdse grondige evaluatie. De studenten vragen terecht aandacht voor de sociale dimensie. In de grondbeginselen staat expliciet ingeschreven dat die Europese onderwijsruimte een weerspiegeling moet zijn van de diversiteit van de bevolking. Met andere woorden: niet alleen voor de happy few. De ministers van onderwijs moeten daar nu een prioriteit van maken. Ze moeten erover waken dat het inschrijvingsgeld, ook aan de zogenaamde betere hogescholen en uniefs, betaalbaar blijft voor iedereen. Dat wil zeggen: de studiefinanciering blijven verbeteren en de studentenvoorzieningen versterken.

 

We moeten nu duidelijk maken dat er in Europa geen ruimte is voor Amerikaanse onderwijstoestanden, waar kwaliteitsonderwijs het domein is van een kleine elite. Hoger onderwijs met twee snelheden hoort niet thuis in Europa.

 

Dubbel zoveel Erasmusstudenten

 

De BaMa-hervorming heeft het voor studenten zeker makkelijker gemaakt om over de grens te gaan studeren. Volgens de jongste cijfers gaat 8,6% van de Vlaamse studenten in het hoger onderwijs een tijdje in het buitenland studeren. Die participatiecijfers zijn vrij bescheiden en moeten absoluut omhoog de komende jaren.

 

De positieve effecten van zo'n buitenlandervaring zijn evident. Elke Erasmus-student maakt een ervaring mee die hem of haar vormt voor de rest van zijn of haar leven. Het verbreedt je horizon en is een ideaal instrument om de kansen op werk te verhogen. Het draagt ook bij tot een betere kennis van de andere, je ervaart diversiteit en je leert ermee om te gaan. Op die manier draagt zo'n studieperiode in het buitenland ook bij tot tolerantie en Europees burgerschap.

 

Een semester in het buitenland moet op middellange termijn deel uitmaken van alle opleidingen in het hoger onderwijs. Daarom moet de nieuwe Vlaamse regering in haar regeerakkoord het engagement opnemen om het aantal Erasmus-studenten op korte termijn alvast te verdubbelen. Tegen 2014 moet één op vijf Vlaamse studenten een deel van zijn of haar studies in het buitenland doen. Daarom moeten de beurzen voor hen die het nodig hebben, omhoog; studenten moeten echt warm gemaakt worden voor een buitenland ervaring; ze moeten kunnen rekenen op begeleiding bij de administratieve rompslomp en formaliteiten die zo'n verhuis met zich meebrengt. De internationale ervaring en contacten van professoren en docenten kunnen hiervoor de weg effenen.

 

Die één op vijf moet eigenlijk een tussenstap zijn naar een integrale inschakeling van Erasmus in het curriculum van elke Vlaamse student. Tegen 2020 moeten alle Vlaamse studenten een deel van hun studies in het buitenland afwerken. Dat kan ook via kortere, intensievere verblijven of via stages in buitenlandse filialen van Belgische of andere bedrijven.

 

De ministers van onderwijs hebben geen keuze en moeten daarom op diverse fronten in actie komen. Erkenning van vakken en diploma’s uit het buitenland moet veel vlotter, administratieve hinderpalen moeten worden aangepakt en ze moeten hun mooie woorden over de democratisering van het hoger onderwijs hard maken.

 

België wordt vanaf juli volgend jaar voorzitter van de Bologna Follow-up Group. Een prima gelegenheid om de hervorming van ons Europees onderwijs stevig sociaal te verankeren. De topontmoeting in Leuven van vandaag kan hiervoor alvast een stevige aanzet zijn.

 

Ivo Belet, Europarlementslid

Sabine Poleyn, Vlaams volksvertegenwoordiger

Inspired by 4xl