Moet de verkoop van gewelddadige videogames aan banden worden gelegd? Het debat is weer in alle hevigheid losgebarsten na het bloedbad in het Duitse Winnenden. De zeventienjarige Tim Kretschmer die er 15 mensen doodschoot, was blijkbaar een fervent aanhanger van gewelddadige videogames. Het Europees Parlement heeft uitgerekend deze week een aantal concrete beleidsvoorstellen goedgekeurd om met name jongeren beter te beschermen tegen extreem geweld in games.
De Duitse dolle schutter was een grote fan van Counterstrike waarin terroristen en anti-terroristen het tegen elkaar moeten opnemen. De roep om de verkoop van gewelddadige videogames te reguleren, is niet nieuw. Spellen met extreem geweld zoals het schokkende Japanse verkrachtingsspel RapeLay, maar ook 'Grand Theft Auto', 'Mortal Kombat', 'Hitman' en consoorten deden de gemoederen eerder ook al fel oplaaien. Vraag is of een verkoopverbod wel de juiste oplossing is?
Afdwingbare gedragscode
De sector heeft zichzelf recent al ingrijpend gereguleerd met behulp van het zogenaamde PEGI-label (Pan Europees Games Informatiesysteem). Die labels bevatten pictogrammen die aangeven of er expliciete sex en geweld in het game zitten en voor welke leeftijdscategorie het geschikt is. Dat is uiteraard prima, maar niet genoeg. Ook de detailhandelaars moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Het Europees Parlement wil nu dat er geen gewelddadige spellen meer worden verkocht aan kinderen. Idem dito voor uitbaters van internetcafés: zij moeten vermijden dat kinderen in hun café games komen spelen die geclassificeerd zijn voor volwassenen.
Concreet: er moet een gedragscode komen voor detailhandelaars en voor producenten van videospellen om de verkoop van games met extreem geweld aan minderjarigen te voorkomen. Wie die gedragscode aan zijn laars lapt, moet streng worden gestraft. Het Parlement wil daarvoor een gemeenschappelijke strafrechtelijke aanpak.
In afwachting kunnen we alvast, ook in België, leren van het Britse model: producenten van videogames moeten er vooraf hun games laten classificeren. Zonder classificatie geen legale verkoop.
Games op het internet
Almaar meer gamers spelen intussen online, op de pc, de gsm of palmtop. RapeLay bijvoorbeeld is momenteel (naar verluidt) niet te koop in een Belgische winkel, maar is wel (illegaal) te vinden op het internet. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat de PEGI-labels ook online worden doorgetrokken. En daarnaast moeten er online toegangscodes worden ingebouwd die ouders in staat stellen om ongeschikte inhoud voor kinderen te weren.
Dat klinkt allemaal behoorlijk moraalridderig, maar een aantal games zijn zo gewelddadig dat het werkelijk niet raadzaam is om ze op kinderen los te laten.
De meest efficiënte aanpak blijft: kinderen, jongeren én hun ouders leren hoe ze met dit fenomeen moeten omgaan. 'Gaming geletterdheid' mag gerust in de eindtermen van het basis- en middelbaar onderwijs worden opgenomen. Want jongeren die kritisch en onafhankelijk aankijken tegen de media, zijn doorgaans beter gewapend als ze geconfronteerd worden met bedenkelijke, soms amorele videogames. Want vergeet niet dat videospellen ook educatief een heel grote waarde hebben. Gaming is goed voor je taalvaardigheid, je creativiteit, je strategisch inzicht. Het zou bijzonder jammer zijn als die voordelen in het gedrang zouden komen omdat we niet daadkrachtig genoeg optreden tegen spelbedervers zonder scrupules.